
Ali en zijn vrouw Aysel wonen in een klein dorpje in Anatolië, omgeven door een groot meer en immense rietvelden. Ze moeten hard werken om rond te komen. Bovendien worden ze uitgebuit en mishandeld door maffiose bazen. De bazen van de arbeiders zijn onderling in oorlog en daarnaast is er een conflict gaande rond het stropen van vogels. Terwijl zijn vrouw bereid is zich aan de omstandigheden aan te passen, blijft Ali zich verzetten. Wanneer door een ongeluk een van de bazen van het toneel verdwijnt, wordt de situatie voor Ali steeds ingewikkelder.